Debat Mijn Zwolle van morgen – Omgevingsvisie

Door Privé: Jan Slijkhuis op 30 augustus 2021

Vanavond spreken wij voor de zoveelste keer over de Omgevingsvisie ‘Mijn Zwolle van morgen 2030’. En nu ligt dan de definitieve versie voor. Dit is het – voorlopige – einde van een proces dat in 2017 is gestart. We kunnen dus zeggen dat Zwolle bij de Omgevingsvisie niet over een nacht ijs is gegaan. Maar een lang proces biedt nog geen garantie voor een goed eindresultaat en de vraag is dus: waarover wordt nu precies ons oordeel als raad gevraagd, wat stellen we over veertien dagen vast en hoe goed is dat document?

In de beslisnota omschrijft het college de Omgevingsvisie als “de integrale, lange termijn omgevingsvisie voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle”. De visie claimt “samenhang en perspectief” te geven voor “ontwikkelingen, opgaven en uitdagingen waar Zwolle in de komende periode (tot 2030) voor staat”. De visie moet richting geven aan het nog op te stellen Omgevingsplan.

Dat is dus nogal wat. Het gaat hier om een kaderstellend stuk, zeg maar rustig: het kaderstellende en richtinggevende document bij uitstek, als het gaat om de brede fysieke ontwikkeling van Zwolle in het komende decennium. En dat roept de vraag op of de Omgevingsvisie in deze vorm die pretentie kan waarmaken.

De fractie van de Partij van de Arbeid worstelt met deze vraag en wij zijn er op dit moment nog niet uit.  Aan de ene kant zien we een document waarvoor – met grote inzet van de ambtelijke organisatie en externe deskundigen en met veel input vanuit de stad – erg veel werk is verzet. De definitieve versie is op onderdelen duidelijk beter dan het ontwerp dat we in september 2020 hebben besproken. Aan de andere kant zijn er belangrijke aspecten die bij ons vragen en twijfels oproepen. Wij hopen dat het debat van vanavond meer duidelijkheid geeft om op 13 september tot goede besluiten te kunnen komen.

Ik loop onze opmerkingen bij langs.

  1. Kwalitatieve groei als zoektocht naar balans. De PvdA gaat voor de ontwikkeling van Zwolle uit van de vraag in welke stad wij en onze kinderen en kleinkinderen zouden willen wonen en welke (fysieke) kwaliteiten daar dan bij horen. Daarom waren en zijn wij erg kritisch op het concept van de ‘schaalsprong’. We zijn dan ook blij dat het college – mede onder druk van de forse kritiek uit de stad – is afgestapt van het perspectief van megagroei als schijnbaar doel op zich en dat het niet onderbouwde getal van 25.000 woningen extra is geschrapt.

Aan de andere kant zijn we hier ook niet gerust op. In de Verstedelijkingsstrategie worden varianten verkend die uiteenlopen van 40.000 tot 80.000 woningen voor de regio Zwolle en is ook sprake van een model ‘centrale stad’ waarbij Zwolle in 2040 35.000 woningen extra zou moeten herbergen. Dat zou bij een gemiddelde woningbezetting van twee personen dan leiden tot een stad van ca. 200.000 inwoners. Ook het ‘Plan van Doorpakken’ voor het NOVI-gebied Klimaatbestendige Groeiregio Zwolle noemt het getal van 80.000 woningen extra voor de regio. Dit is verbonden met de ambitie van het Rijk om tot 2040 in Nederland 1,1 mln. extra woningen te bouwen en daarmee lijkt een extreme groei voor Zwolle zeker niet van de baan.

De Omgevingsvisie legt terecht sterk de nadruk op de kwaliteiten van groen, natuur en landschap in Zwolle die behouden en versterkt moeten worden. De gebieden waarom het dan gaat, worden duidelijk verbeeld in de Raamwerkkaart Landschap uit de memo die we vorige week ontvingen. Verder stelt de klimaatproblematiek extra eisen aan het opvangen van meer water in onze (delta)regio. In het Plan van Doorpakken voor het NOVI-gebied staat letterlijk dat het watersysteem “als ordenend principe […] in de ruimtelijke inrichting van het gebied wordt beschouwd” en dat dit systeem tegen zijn grenzen oploopt. Ook Zwolle moet dus meer ruimte reserveren voor de opvang van water. De internationale watersnood van afgelopen zomer heeft de ernst van het waterprobleem nog eens pijnlijk onderstreept.

Als wij alle informatie uit de Omgevingsvisie combineren, roept dit bij ons het beeld op dat de groen-blauwe kwaliteiten van Zwolle (groen, natuur, waardevol landschap en mogelijkheden voor waterberging) de feitelijke ruimte voor extra woningbouw in Zwolle sterk beperken. Wij krijgen de indruk dat voor een model van meer dan de nu geplande 10.000 extra woningen + een stadsuitleg in Vechtpoort van ca. 2.000 woningen eigenlijk helemaal geen ruimte is in Zwolle, tenzij we de groen-blauwe kwaliteiten fors willen aantasten. Hoe reëel zijn dan allerlei forse groeiscenario’s die momenteel worden onderzocht?

  1. Van woningmarkt naar volkshuisvesting. De woningnood in onze stad is onmiskenbaar en vraagt wat de PvdA betreft om stevige en gerichte maatregelen om een verdere tweedeling tegen te gaan. Die moeten zich vooral richten op woningzoekenden die nu steeds meer buiten de boot vallen: mensen met de laagste inkomens en lagere middeninkomens die zijn aangewezen op woningen in de categorie ‘goedkoop’ of ‘middelduur 1’.

Daarom pleiten wij voor de volgende maatregelen die ook een basis in de Omgevingsvisie moeten krijgen:

  • Aanpassen van de percentages voor woningbouwcategorieën van 30-40-30 naar 40-40-20, zoals ook bepleit wordt door de gezamenlijke Zwolse woningbouwcorporaties
  • Een huisvestingsverordening waarin wonen centraal staat en speculatie met betaalbare woningen wordt geweerd. Dit betekent invoering van een zelfbewoningsplicht voor alle woningen, nieuwbouw en bestaande bouw, in de categorieën ‘goedkoop’ en ‘middelduur 1’
  • Overwegen om voor de woningen in de categorieën ‘goedkoop’ en ‘middelduur 1’ een vestigingsvergunning in te voeren waarmee voorrang kan worden verleend aan mensen die sociaal en/of economisch gebonden zijn aan de regio Zwolle.

 

  1. De hoogbouwvisie heeft wat ons betreft duidelijk aan kwaliteit gewonnen. Er ligt nu een beter onderbouwd verhaal dat hoogbouw meer als middel beschouwt en duidelijke criteria voor het beoordelen van bouwinitiatieven in de verschillende delen van de stad geeft. Wel is het goed om te bedenken dat het hier gaat om een kader dat discussie over concrete initiatieven niet wegneemt: het is geen vrijbrief om overal waar dat volgens de Omgevingsvisie kan ook automatisch in te stemmen met plannen voor hoogbouw. Dit blijft een kwalitatieve afweging.

 

  1. Het onderdeel mobiliteit is wat ons betreft het meest ambitieus en spreekt ons ook het meeste aan. Hier wordt voor het eerst op stedelijk niveau een ambitie geformuleerd voor een groot gebied waarbij voorrang wordt gegeven aan voetgangers, fietsers en OV en de auto uitdrukkelijk op de laatste plaats komt. Dat zal de leefbaarheid in Zwolle en daarmee de omgevingskwaliteit van onze stad echt ten goede komen. Voorwaarde is wel dat deze uitgangspunten meer zijn dan fraaie voornemens: ze moeten ook in praktijk worden gebracht, met alle ingrepen en investeringen die daarbij horen.

 

  1. De Omgevingsvisie moet wat ons betreft versterkt worden op het onderdeel natuurwaarden. Het gaat dan om het eenduidig in kaart brengen van de natuurwaarden in Zwolle zodat een goede onderligger ontstaat voor het nemen van ruimtelijke beslissingen waarbij groen in het geding is. Dit vraagt om het versneld opstellen van een natuurwaarden-kaart, zo nodig met het inschakelen van externe deskundigheid. Is de wethouder bereid hiervoor een voorstel aan de raad voor te leggen? Wij overwegen dit punt een motie in te dienen bij de besluitvorming op 13 september.

 

  1. Participatie.Terugkijkend op het proces om tot de Omgevingsvisie te komen stellen wij vast dat dit niet bepaald de schoonheidsprijs verdient als het om participatie gaat. Corona kan daarbij maar gedeeltelijk als verklaring worden aangevoerd. Dit gevoelen leeft ook breed in de stad, gezien de vele opmerkingen die hierover zijn gemaakt in de zienswijzen. Voor de toekomst moet dit echt beter.

Bij de Omgevingswet hoort ook een participatieverordening die de komende tijd zal worden voorbereid. Onze fractie wil hiervoor de voorzet van het Platform Zwolse Wijken (“Visie, uitgangspunten en spelregels voor volwassen participatie in Zwolle’) waarover wij vorige week een goed gesprek hebben gevoerd, graag in de aandacht van het college aanbevelen.

  1. Hoe stevig is de Omgevingsvisie? Wat onze fractie betreft is de Omgevingsvisie een kaderstellend document waarmee de gemeente – na brede en  zorgvuldige consultatie van de stad – stuurt op de fysieke ontwikkeling van de Zwolle op langere termijn.

Het verbaast ons dan ook dat het college een strategisch besluit als de keuze van een uitleglocatie pas wil opnemen in de Omgevingsvisie als de uitkomst van het onderzoek rond de Verstedelijkingsstrategie bekend is. Dat degradeert de Omgevingsvisie daarmee feitelijk tot een document met een looptijd van twee jaar en dan kun je wat ons betreft toch niet meer spreken van een visie. Dat vrijblijvende karakter – ingegeven door de wens van flexibiliteit – wordt nog eens versterkt door het voornemen om de Omgevingsvisie regelmatig te herzien, zeker als zich onverwachte ontwikkelingen voordoen.

Wij kiezen niet voor een plandocument dat in beton is gegoten, maar we vragen ons wel af hoe goed er over een ‘visie’ is nagedacht als die om de paar jaar moet worden vernieuwd. Gaat het dan om richting geven op hoofdlijnen vanuit een duidelijk perspectief op langere termijn, of om het faciliteren van ontwikkelingen en belangen die veelal uit de markt zullen komen? Is de Omgevingsvisie een kompas of een windvaan? De toekomst zal dat uitwijzen.

De PvdA pleit voor verdere versterking van de Omgevingsvisie. Maar het belangrijkste blijft de doorwerking van de Omgevingsvisie in concrete plannen en ontwikkelingen, om goede zaken te stimuleren en ongewenste zaken te keren. Dat vereist permanente aandacht en inzet, van het college en van de raad.

Privé: Jan Slijkhuis

Privé: Jan Slijkhuis

Ik ben Jan Slijkhuis, jaargang 1957, geboren en getogen Zwollenaar en vader van twee volwassen kinderen (dochter 31, zoon 27 jaar). Ik woon in de Aa-landen. In het dagelijks leven werk ik bij de Provincie Fryslân als Europacoördinator. Dat werk omvat het bevorderen (in teamverband) van alles wat te maken heeft met de inzet van

Meer over Privé: Jan Slijkhuis