Door Eefke Meijerink op 11 november 2016

Blijven investeren in mensen als beste remedie tegen onbegrip en verwijdering

Behoud van werkgelegenheid, goede zorg, het jeugdsport- en cultuurfonds, het armoedebeleid, dat is waarvoor de PvdA in crisistijd heeft gestreden! En daar sta je dan. Na de eerste twee jaar van deze coalitieperiode waarin we slechts behoedzaam konden investeren en waarin we pittige bezuinigingen doorvoerden, blijkt plotseling dat er financiële ruimte is. En ik zeg plotseling ja, want de eerste reactie was er een van gemengde gevoelens. Van opluchting natuurlijk, maar ook van ongeloof en verbazing. Van blijdschap over de mogelijkheden, maar ook van achterdocht over waarom we dan zoveel moesten bezuinigen.

Was het wel nodig, al die bezuinigingen, hadden we deze ontwikkelingen niet kunnen zien aankomen en moeten we de boel nu niet terugdraaien? En natuurlijk de vraag wat te doen met het extra geld? Het gemeentefonds verklaart voor een belangrijk deel het overschot en al gaven we bij de PPN al aan te verwachten dat de financiële positie zou verbeteren, zo’n grote verbetering hadden we niet verwacht. En natuurlijk is er dit jaar geld over gebleven op het sociaal domein, om die achilleshiel zelf maar meteen te benoemen. Behalve dat ons doel goede zorg is, en niet geld opmaken, geldt hier dat we vooraf extra geld hebben toegevoegd en dat we daardoor per saldo meer hebben uitgegeven dan de beschikbare rijksbudgetten. En dankzij onze financiële positie kunnen we nu opnieuw geld toevoegen aan de jeugdzorg en de zorg. Daar zijn we heel blij mee, want dat is keihard nodig.

Tegen deze achtergrond krijgt deze begrotingsbehandeling een bijzonder karakter. Wij kijken niet alleen naar de keuzes voor het komende jaar maar vooral ook naar de keuzes die verderop liggen, voor de komende jaren.

Ondanks dit veranderde perspectief is ons doel niet veranderd. Wij blijven strijden voor een verbonden samenleving, waarin wij niet accepteren dat er gediscrimineerd wordt. Een samenleving waarin wij niet aanvaarden dat mensen geen werk hebben, of dat de zorg, het wonen en ons onderwijs niet meer voor ons allemaal in gelijke mate toegankelijk zijn. En we zijn er daarom ook onverminderd trots op wat dit college heeft gedaan, terugkijkend én vooruitkijkend naar de voorgestelde investeringen. Het college kiest ervoor nog niet alle middelen te bestemmen maar daar een zorgvuldige afweging in te maken met de raad.

Ik zal richtinggevend en met voorbeelden toelichten waar wij graag in willen investeren of waarvoor we voorstellen verwachten van het college. Onze voorstellen hebben we geclusterd in drie thema’s:
1. We doen wat nodig is voor iedereen om mee te kunnen doen
2. We gaan groen en duurzaam de toekomst in
3. Fysiek herstel voor de stad na de economische crisis

1. We doen wat nodig is voor iedereen om mee te kunnen doen
In de eerste plaats gaat dit over werk, werk is voor de meeste mensen van grote waarde. De extra inzet die het college voorstelt op de businesscase ‘meer werk’ is goed, en we zijn trots op het collegevoorstel om nu echt werk te maken van werkgelegenheid in onze eigen gemeentelijke organisatie voor mensen met een beperking. Maar gezien de hoge werkloosheid willen we meer. Bijscholing voor werkzoekenden willen we mogelijk houden. Het experiment sociale bijstand gaat ons ook inzicht geven in de mechanismen die al dan niet werken om mensen mee te laten doen, daar zijn we heel benieuwd naar. Dit onderzoek kan wat ons betreft gefinancierd worden uit de incidentele middelen. Eerder hebben we aangegeven ook belang te hechten aan gesubsidieerde banen zoals de Stipbanen in Den Haag. Daarvoor was niet veel steun in de raad. Voor de beoogde doelgroep is het van belang dat investeringen duurzaam zijn en dus breder gedragen worden dan door een nipte meerderheid. Omdat er wel draagvlak was voor het verlagen van de werkdruk in sectoren waar in het verleden banen zijn verdwenen door bezuinigingen, vragen we het college daarvoor een voorstel voor te bereiden. De kern daarvan: stel budget beschikbaar voor financiering van reguliere banen in bijvoorbeeld het onderwijs en de zorg en regel in het kader van Social Return On Investment dat deze banen gaan naar mensen die een bijstandsuitkering hebben. Het zijn gewone banen maar als ze opnieuw vacant zijn dan is het opnieuw een baan voor iemand met een bijstandsuitkering. Het gaat misschien niet om grote aantallen in dit voorstel maar het mes snijdt wél aan twee kanten: de werkdruk voor bestaande medewerkers wordt direct verlicht en er is iemand met een bijstandsuitkering die duurzaam uitstroomt. In het licht van onze motie bij de PPN om werkgelegenheidseffecten van grote beleidskeuzes in beeld te brengen, zouden ook nieuwe banen die we dan in beeld hebben ingezet kunnen worden om uitstroom uit de bijstand te vergroten.

Voor sommige mensen is meer nodig dan een betaalde baan om mee te doen of om eerlijke kansen te krijgen. Het voorstel om nu al te investeren in extra budget voor de jeugdzorg heeft niets te maken met het veranderde financiële perspectief: we deden en we blijven doen wat nodig is. Zo ook in het armoedebeleid: het nieuwe armoedebeleid wordt op verzoek van de raad door het college aangevuld met een maatwerkvoorziening voor mensen die door stapeling van zorgkosten te weinig inkomen overhouden. Daarnaast ligt er een voorstel voor een declaratiefonds waar volwassenen gebruik van kunnen maken. Het systeem is verre van ideaal, de uitvoeringskosten zijn erg hoog. Wij vinden het nodig en met de huidige financiële ruimte is het ook mogelijk om ook deze doelgroep te helpen en dus vragen we aan het college hiertoe met een voorstel te komen. We zouden wel graag zien dat de uitvoering zo laagdrempelig mogelijk is zodat veel mensen er gebruik van gaan maken.

Ondanks de crisis is het gelukt een risicoreserve voor het sociaal domein op te bouwen, naast de buffer. Het college presenteert in februari een eerste aanzet voor een strategisch investeringsplan, waarin gekeken wordt naar incidentele middelen en structurele middelen, zoals ook de buffer voor het sociaal domein. We zijn nu twee jaar bezig met de transformatie en door de financiële ruimte dringt zich de vraag op of niet bepaalde bezuinigingen moeten worden teruggedraaid. Wij geloven dat de zorg echt beter kan en dat we de juiste weg zijn ingeslagen om dat te bereiken. Ondanks de bezuinigingen doen we steeds beter wat nodig is voor de mensen. In de sociale wijkteams is de veranderingsbereidheid hoog, echter de praktijk is traag. Verandering kost tijd en vraagt ruimte. Wij denken daarom dat langdurig extra inzet van middelen nodig is, juist om te zorgen dat die veranderingen effectief zijn. We vragen het college om bij de plannen waarmee ze komt op het sociaal domein speciale aandacht te hebben voor de continuïteit en het maatwerk in de zorg voor jongeren die 18 jaar worden, hiervoor dienen we een motie in.

2. We gaan groen en duurzaam de toekomst in.
Zwolle is een groene stad en die kwaliteit willen we voor al onze inwoners bewaken. Het college geeft aan dat ze om de bezuinigingen op het beheer van de openbare ruimte te realiseren over gaat tot het vervangen van heesters door gras en bloemperken door vaste planten. Dit zorgt voor een beperktere biodiversiteit en een saaiere uitstraling. Wij willen dat het college de ambitie hoog houdt om samen met inwoners de kwaliteit van de groene leefomgeving te waarborgen. Mocht daarvoor extra budget nodig zijn dan verwachten wij daarvoor een voorstel. Zelf komen wij met het voorstel om te investeren in een consulent die zich actief inzet op natuur en milieu-educatie op scholen. Al in onze rood groene agenda gaven we het belang hiervan aan echter toen was er geen financiële ruimte voor. Die is er nu wel dus wij willen graag in februari ook deze wens betrekken bij de integrale bestedingsafwegingen. Het helpt als ook op deze baan bekeken wordt of er iemand met een bijstandsuitkering aan het werk kan.

Direct ingegeven door de kanteling van het financiële perspectief vinden wij als derde thema dat het tijd wordt aandacht te besteden aan het fysieke herstel van de stad na de economische crisis. In de crisistijd zijn veel projecten tot stilstand gekomen of hebben een andere wending gekregen. Zeer geleidelijk heeft Zwolle afgeboekt op gronden die niet meer bebouwd werden. Daardoor zijn we startklaar om nieuwe ontwikkelingen te verwelkomen en om onze verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om minder gewenste fysieke ontwikkelingen gedurende de crisis. Het licht positief geschatte resultaat van het grondbedrijf sterkt ons in die gedachte.
In de eerste plaats vragen we daarom aandacht voor de omgeving van de IJsselhallen. De oude bebouwing aan de veemarkt is een stille en rampzalige getuige van de crisis. Wij zijn nog steeds van mening dat het terrein van en/of rond de IJsselhallen zich uitstekend leent als binnenstedelijke woonlocatie. Dit is niet een verandering die van vandaag op morgen gerealiseerd kan worden maar waarvoor een hoop neuzen dezelfde richting uitmoeten. We vragen het college de mogelijkheden en consequenties te inventariseren. En om daarbij mee te nemen hoe nu al geïnvesteerd kan worden in de oude veemarkt.

De tweede grote ontwikkellocatie waar we aandacht voor vragen is de Spoorzone. Natuurlijk blijven we een goede oplossing voor het fietsparkeren belangrijk vinden net als een mooie stationskappen bij de ingangen. Maar niet alleen het station zelf verdient aandacht. Nu er financiële ruimte is vragen we ook aandacht voor de stationsomgeving. Waar Jo Coenen ons vóór de crisis mee nam in vergezichten over de toekomstige betekenis van dit stadsdeel zijn we toe aan nieuwe perspectieven. Wat ons betreft kan dat een combinatie zijn van grootschalige ontwikkelingen in combinatie met kleinschalige spontane initiatieven. We zien bijvoorbeeld mogelijkheden voor een tiny city om de tiny houses beweging ruimte te geven. Aan de andere kant zouden we Windesheim willen verleiden om zich te vestigen in de leeg komende Wärtsilä hallen. Een fantastische combinatie is daar te maken met innovatieve bedrijvigheid van startups. En als we dan toch met Windesheim om de tafel gaan moeten we ook maar eens bekijken of we met een academiegebouw in de Grote Kerk die impuls aan de binnenstad kunnen geven waar we naar op zoek zijn.

Tot zover onze wensen. Nog wel een terugblik tot besluit, we zijn de crisis in onze mooie stad goed met elkaar doorgekomen. Het gaat goed met de meeste mensen in de stad. De mensen wie het niet goed gaat verdienen onze steun, altijd. Blijven investeren in mensen, in iedereen en dat doen, in kleine stapjes is de beste remedie tegen onbegrip en verwijdering tussen mensen. Dat is de grootste strijd van deze tijd.

Eefke Meijerink

Eefke Meijerink

Eefke Meijerink, 45 jaar. Samen met Valentijn en onze dochter Bloem woon ik in zo’n typisch Assendorps huisje in een heel gezellig straatje. We wonen hier nu ruim tien jaar en daarvoor heb ik ook met veel plezier in de Zeeheldenbuurt, de Indische buurt en Zwolle-Zuid gewoond. Zwolle is écht mijn stad, al 30 jaar.

Meer over Eefke Meijerink